Een Victron zonne laadregelaar instellen

Een Victron zonne laadregelaar instellen

Een zonne laadregelaar instellen met Victron begint niet bij een willekeurige spanningswaarde in de app. De instellingen moeten passen bij de accu, het accumanagementsysteem en het gebruik van uw installatie. Een camper met lithiumaccu vraagt iets anders dan een boot met AGM-accu of een tiny house met een 48V accubank. Met de juiste basisinstellingen laadt de accu sneller, veiliger en met minder onnodige slijtage.

Victron zonne laadregelaar instellen: eerst veilig aansluiten

Controleer eerst of de laadregelaar correct is gedimensioneerd. De maximale PV-spanning van de zonnepanelen mag nooit boven de maximale PV-openklemspanning van de Victron MPPT uitkomen. Houd rekening met lage buitentemperaturen: een paneel levert dan een hogere openklemspanning dan op het typeplaatje onder standaardomstandigheden staat.

Sluit de accu altijd als eerste aan op de laadregelaar. Daarmee herkent de MPPT de nominale accuspanning van 12V, 24V of 48V. Sluit daarna pas de zonnepanelen aan, via een geschikte DC-schakelaar of zekering. Werkt u met meerdere panelen, controleer dan ook of serie- en parallelschakelingen binnen zowel de spannings- als stroomgrenzen van de regelaar blijven.

Plaats een passende zekering in de accukabel, zo dicht mogelijk bij de accu. Gebruik kabels met voldoende aderdoorsnede en houd ze kort waar dat praktisch kan. Een goede laadregelaar corrigeert geen spanningsverlies door te dunne of te lange kabels.

Verbinden met VictronConnect

Bij een SmartSolar MPPT stelt u de regelaar meestal in via de VictronConnect-app, met Bluetooth. Bij een BlueSolar-model zonder ingebouwde Bluetooth is doorgaans een geschikte communicatie-interface nodig. Open in de app de laadregelaar en controleer eerst of de firmware actueel is. Daarna gaat u naar de accu-instellingen.

Kies niet blind een voorinstelling omdat de accuspanning overeenkomt. Een 12V AGM-accu, natte loodzuuraccu, gelaccu en LiFePO4-accu hebben elk andere laadspanningen en laadfasen. Gebruik bij voorkeur het laadprofiel dat de accufabrikant voorschrijft. Als een bruikbare Victron-voorinstelling exact aansluit, is dat een veilige en snelle keuze. Wijkt uw accu daarvan af, kies dan voor een gebruikersgedefinieerd profiel.

Stel bij een bestaande installatie eerst vast welke apparaten nog meer laden. Denk aan een acculader op walstroom, een DC-DC-lader vanaf de dynamo en een omvormer/lader. In één accubank moeten die laders zoveel mogelijk dezelfde laadfilosofie volgen. Grote verschillen in absorptiespanning of floatspanning geven onvoorspelbaar laadgedrag.

Accutype bepaalt de laadinstellingen

Loodzuur, AGM en gel

Voor loodzuuraccu's gebruikt de MPPT normaal gesproken bulk, absorptie en float. Tijdens bulk levert de regelaar zoveel stroom als zonnepanelen en regelaar beschikbaar hebben. In absorptie blijft de spanning gedurende een bepaalde tijd op het ingestelde niveau, zodat de accu verder kan volladen. Daarna zakt de laadspanning naar float om de accu op peil te houden.

De juiste absorptiespanning en floatspanning staan in de documentatie van de accufabrikant. Als richtlijn liggen 12V-waarden vaak rond 14,2 tot 14,7V voor absorptie en rond 13,5 tot 13,8V voor float, maar dit zijn geen universele instellingen. AGM en gel zijn juist gevoelig voor te hoge spanning. Bij 24V verdubbelen de spanningen en bij 48V verviervoudigen ze.

Laat de adaptieve absorptietijd alleen staan als dit past bij de toepassing en het accutype. Bij accu's die regelmatig diep ontladen, kan een te korte absorptiefase structureel onderladen veroorzaken. Staat de accu meestal al vol, dan is een lange absorptietijd juist onnodig. Victron kan de absorptietijd aanpassen aan de eerdere ontlaaddiepte, wat in veel off-grid systemen praktisch werkt.

Equalization, of egalisatieladen, gebruikt u alleen bij geschikte natte tractie- of loodzuuraccu's en uitsluitend volgens de accufabrikant. Schakel deze functie uit bij AGM, gel en lithium. Een verkeerde egalisatiespanning kan accu's en aangesloten 12V-verbruikers beschadigen.

LiFePO4 en andere lithiumaccu's

Bij lithium is de accufabrikant leidend. Kies het lithiumprofiel alleen als de opgegeven absorptiespanning, absorptieduur en floatspanning daarmee overeenkomen. Veel LiFePO4-accu's hebben geen langdurige floatfase nodig. Een beperkte of lagere floatspanning kan de accu minder lang op een hoge laadstatus houden, wat gunstig kan zijn bij langdurige stalling.

Heeft de accu een BMS, dan moet de laadregelaar rekening houden met de laadbeperkingen daarvan. Het BMS kan laden onderbreken bij een te lage temperatuur, te hoge celspanning of een andere foutconditie. Bij een groter Victron-systeem met GX-apparaat en communicatiegeschikte lithiumaccu kan DVCC de laadstroom en laadspanning centraal aansturen. Zet dan geen losse waarden in alle laders zonder te controleren welke instelling voorrang krijgt.

Een lithiumaccu mag in veel gevallen niet onder 0 graden Celsius worden geladen. Een MPPT met temperatuuringang of een BMS met laadblokkering voorkomt schade, maar alleen wanneer deze beveiliging ook werkelijk is aangesloten en geconfigureerd. Verwacht niet dat een standaard spanningsmeting dit probleem herkent.

Temperatuurcompensatie en laadstroom

Bij loodzuuraccu's is temperatuurcompensatie relevant. Een accu in een koude buitenkist heeft een andere optimale laadspanning dan een accu in een warme machinekamer. Gebruik daarom waar mogelijk een geschikte temperatuursensor die de accutemperatuur meet, niet alleen de temperatuur van de laadregelaar.

Voor lithium is temperatuurcompensatie doorgaans niet nodig en kan deze beter uitgeschakeld blijven, tenzij de accufabrikant anders voorschrijft. Controleer ook de maximale laadstroom. Een MPPT levert nooit meer dan zijn eigen maximale uitgangsstroom, maar de gecombineerde laadstroom van zonne-energie, walstroomlader en dynamolader kan wel te hoog zijn voor de accu of het BMS.

De belastinguitgang: wel of niet gebruiken?

Sommige Victron MPPT-regelaars hebben een load-uitgang. Die uitgang is bedoeld voor beperkte DC-verbruikers, bijvoorbeeld verlichting, een kleine pomp of een relaisaansturing. Sluit hier geen grote omvormer, boegschroef, koelkast met hoge startstroom of complete DC-verdeling op aan. Zulke verbruikers horen rechtstreeks op de accu of op een gezekerde DC-verdeling.

De load-uitgang kan wel nuttig zijn als onderspanningsbeveiliging. U kunt instellen dat een klein verbruik automatisch uitschakelt voordat de accu te ver wordt ontladen. Bij lithium moet deze functie aansluiten op de logica van het BMS. In systemen met een accumonitor of GX-monitoring is centrale aansturing vaak nauwkeuriger dan alleen schakelen op accuspanning.

Controleer het laadgedrag op een zonnige dag

Na het instellen is controle noodzakelijk. Kijk in VictronConnect naar de accuspanning, PV-spanning, laadstroom en actieve laadfase. Op een zonnige dag met een deels ontladen accu hoort de regelaar eerst Bulk te tonen. Zodra de ingestelde absorptiespanning wordt bereikt, verandert de fase naar Absorption. Later volgt Float of, afhankelijk van het gekozen lithiumprofiel, een andere onderhoudsfase.

Blijft de regelaar langdurig in Bulk terwijl de accu volgens u vol is, controleer dan kabelverlies, de werkelijke accuspanning op de accupolen en het stroomverbruik tijdens het laden. Gaat de regelaar zeer snel naar Float, dan kan de absorptiespanning te laag staan, de absorptietijd te kort zijn of de accu al voldoende vol zijn. Een accumonitor geeft hier meer zekerheid dan alleen een spanningswaarde.

Let ook op de opbrengst van de zonnepanelen. Schaduw op één paneel, een losse MC4-connector, een verkeerde serieconfiguratie of een te lage PV-spanning kan ervoor zorgen dat de laadregelaar ver onder zijn verwachte vermogen blijft. De MPPT-status zegt dan vaak meer dan alleen het aantal watt op het display.

Veelgemaakte fouten bij een Victron laadregelaar

De meest voorkomende fout is een lithiumaccu laden met loodzuurinstellingen. Dat kan leiden tot een onnodig hoge floatspanning, te lange absorptie of een BMS dat steeds ingrijpt. De omgekeerde fout, een loodzuuraccu laden met een te laag lithiumprofiel, veroorzaakt juist onderladen en sulfatering.

Ook een verkeerd ingestelde systeemspanning komt voor, vooral bij het vervangen van een regelaar. Controleer daarom altijd de door de MPPT herkende accuspanning voordat u de zonnepanelen aansluit. Bij een 24V of 48V systeem is één verkeerde 12V-instelling niet alleen inefficiënt, maar mogelijk schadelijk voor de accu en aangesloten apparatuur.

Ten slotte is er het misverstand dat meer zonnepanelen altijd meer laadstroom betekenen. Zodra de MPPT zijn maximale uitgangsstroom bereikt, begrenst hij het vermogen. Dat is normaal, mits de PV-ingangsspanning binnen de specificaties blijft. Overdimensionering van het PV-vermogen kan juist nuttig zijn bij bewolking of lage zonnestand, maar vraagt om een regelaar die daarvoor geschikt is.

Een goed ingestelde Victron MPPT werkt vervolgens grotendeels op de achtergrond. Leg de gekozen accuwaarden vast, controleer de installatie na de eerste volledige laadcyclus en pas pas iets aan wanneer metingen daar aanleiding toe geven. Zo blijft een off-grid systeem niet alleen werkend, maar ook voorspelbaar.